» » » Concept en pleidooi tot behoud, functieverandering, verbouw en restauratie van de boerderij

Concept en pleidooi tot behoud, functieverandering, verbouw en restauratie van de boerderij

Geplaatst in: Weblog | 0

Project De Borchte te Gorssel, Laan van Eschede (2000-2016)

Boerderij De Borchte is eeuwenlang onderdeel geweest van een landgoed genaamd ‘het Eschede’ in de IJsselvallei te Gorssel.

Het landhuis ’t Eschede’ zelf, gelegen tegenover de ingang van het achterhuis van de Borchte, werd in 1863 afgebroken. Het voormalige bijbehorende -fraaie- koetshuis bleef overeind en kreeg louter een boerderijfunctie en wordt heden ten dage bij gebrek aan het landhuis zelf aangeduid als ’t Eschede’. Het verkeerde anno 2003 in -nog- redelijke staat (de bewoners doen echter nagenoeg niets aan onderhoud) en moet wel binnen afzienbare tijd aangepakt worden. Het is een zeer markant bouwwerk op deze historische plek in de Gorsselse Enk of Eesterhoek. De tijd lijkt stil te hebben gestaan. Het is helaas onbeschermd, dus een volgende eigenaar kan er zo een sloopvergunning voor aanvragen, hetgeen gezien het onderhoudsregime van de huidige bewoners, het beleid van de gemeente Gorssel en de inzichten van de gemiddelde boerderij- (‘boerderette-‘)liefhebber aannemelijk is…(het is inmiddels in 2010 door nieuwe bewoners flink op een totaal verkeerde wijze verbouwd en helaas inclusief erf verbasterd tot een onduidelijk bouwsel in een soort ‘Belgische stijl’, hetgeen een schok is in dit eeuwenoude cultuurlandschap).

Boerderij Borchte, waarvan de deel ook niet in beste staat was, had ook geen monumentale status (slechts een vage B-status, die echter niks inhoudt) maar dat hoefde ook niet want wij werden in maart 2000 direct gegrepen door haar (m’n. historische) schoonheid en geen haar op ons hoofd die dacht aan een sloophamer. Veel handiger zegt doorgaans de gemiddelde aannemer, echter wij durfden er een lange termijnvisie op los te laten. In juli 2001 betrokken Jacqueline en ik met onze kinderen Bruno en Rikke, onze boerderij na een intensieve en hartstochtelijke periode van onderzoek en verbouw.

Verbouwing van een historische boerderij, hoe moet dat dan en hoe niet…?

Er werd al tijdens de zoektocht naar een geschikte en onbedorven boerderij, dus ruimschoots voor concrete aankoop en overdracht, begonnen met het ontwikkelen van een alomvattende visie om greep te krijgen op het complete project.

Een visie op zulk een omvangrijk project is echter dynamisch en onderhevig aan voortdurend voortschrijdende inzichten, waarbij tijdens het gehele traject niet geschroomd werd verkeerde keuzes weer te herzien.

Daarbij was ik van mening dat het uiteindelijk kon dienen als voorbeeld voor veel andere geïnteresseerde boerderij-eigenaren in een tijd waar veel prachtige plattelandsarchitectuur en specifieke vaak zeer oude bijzondere sferen juist door gebrek aan visie (en soms een teveel aan nieuw kapitaal en goede bedoelingen) aan het verdwijnen waren en die geleidelijk aan vervangen worden door onechte boerderijen met hun kunstmatig nette erven.

Welke visie…? Enkele conclusies en speerpunten die ik tijdens het onderzoek belangrijk vond:

  • Het achterhuis (met erf), het domein van de man, is vrijwel nooit bedoeld om mooi te zijn, echter het moest daarentegen wel bijzonder functioneel zijn.

Het wordt door zijn sobere archetypische oervorm door een eigentijdse visie opvallend genoeg wel als mooi en aangenaam ervaren. Het is een vorm die zich in de loop van eeuwen op alle fronten heeft bewezen, de afwatering is goed, de wind slaat er overheen, het is eenvoudig te bouwen of te verplaatsen. Het dient mi. tijdens de verbouw en restauratie tot woonruimte (vergelijk ‘los hûs’) qua architectonische vormgeving dan ook sober en inzichtelijk (houtverbindingen, constructies, materiaalkeuzes, kleurstellingen, etc.) te worden benaderd. De vorm en volumes zoeken zich grotendeels zelf, het bouwwerk vraagt als het ware om materiaal en kleur. De architect heeft hier eigenlijk slechts een meer bescheiden rol hoewel hij dient te zorgen dat het geheel technisch gezien overeind blijft.

  • Het voorhuis (met erf en tuin), het domein van de vrouw, mag daarentegen meer ‘versierd’ en afgewerkt worden en in meer of mindere mate luxe uitstralen.

Het contrast maar ook de relatie tussen voor-en achterhuis dient grotendeels zichtbaar te blijven en geeft een spannende sfeer in het totaal.

  • Een boerderijrestauratie- en verbouwing, en meer de boerderij in het algemeen, dient eigenlijk nooit af te zijn. Dit is een soort hoofdbestanddeel van de ‘cultuur van de plattelandsarchitectuur’. Het is een continu proces (en soms gevecht…) om alles op orde te houden. Er is geen eenheid van tijd (of juist wel…). Dit onaffe aspect maakt deel uit van de schoonheid. Het verbindt en integreert het oude en het nieuwe in het bouwwerk. De vormgeving van diverse perioden uit de bestaansgeschiedenis van de boerderij is goed af te lezen. Juist het contrast tussen oud en nieuw is zo interessant en charmant. Eigentijdse interieurarchitectuur past uitstekend bij een renovatie en restauratie indien het gewenst en noodzakelijk is onderdelen toe te voegen. Op een half vergane niet geïsoleerde lemen vloer kun je tegenwoordig slecht wonen maar nostalgische plavuizen behoren niet op de deel van een achterhuis gelegd te worden maar kunnen weer wel in het voorhuis.
  • De onvolmaaktheid van boerderij en erf met al zijn bijgebouwen door onder meer het onaffe aspect, verval, slijtage, reparaties, ‘vreemd oneigenlijk materiaalgebruik’, gebrek aan onderhoud, opslag van diverse ooit te (her)gebruiken materialen staan garant voor eigenheid en karakter van de boerderij en daarmee haar particuliere schoonheid en charme. Het handschrift van de boer en zijn creatieve ‘eigen enigszins anarchistische en zuinige wijze’ van het zoeken naar oplossingen is van het geheel af te lezen. Het is van belang dat karakter in zekere mate te bewaren en niet elk onderdeel te gaan oppoetsen en gladstrijken of zelf verwijderen. Het massaal toepassen van enkel geproduceerde standaardproducten, zoals bijvoorbeeld glimmende strakke dakpannen, is niet aan te bevelen.
  • Er is sprake van eenheid van boerderij en erf. Deze zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden en dienen ook zo benaderd te worden bij een restauratie. Diverse bijgebouwen, elk met hun eigen gebruiksfunctie, maken deel uit van het boerenerf naast bijvoorbeeld een boomgaard, een sier- en moestuin, hekken en poorten, bestratingen, diverse hagen, een poel, een knot-es en andere solitairen, een geriefbosje, een mestvaalt, een pomp, bestrating met oude waaltjes, enz. Bij restauratie moet deze eenheid onderkend worden. Het geheel moet integraal worden benaderd tijdens het ontwerpproces.
  • Het afbreken van alle schuren en het gladstrijken van een erf met een nieuwe strakke bestrating verminken het erf onvermijdelijk.
  • Er is door een overwegend zuinige inslag, een oneindige variëteit aan materialen en materiaalgebruik en -keuzes te bespeuren. Alle materialen worden tot in het eindige hergebruikt en gerecycled. Er is niet bepaald een ‘eenheid’ in stijl te bespeuren maar het geheel is als het ware een verzameling van toevallig voor handen zijnde, bewaarde, omgevormde, soms op fraaiheid geselecteerde, functionele en betaalbare materialen, (een oude overtollige telefoonpaal wordt ligger boven de schuurdeuren…). Zeker bij een restauratie van de deel en het erf dient hiermee rekening gehouden te worden.
  • Het voorhuis mag, zoals eerder vermeld, daarentegen wel meer luxueus benaderd worden in zijn vormgeving en afwerking.
  • Zoveel mogelijk laten zoals het is -indien nog bruikbaar of in redelijke staat, is het devies. Denk niet te snel dat iets niet (meer) voldoet. Vaak hebben allerlei op het eerste gezicht onduidelijke situaties, wel een bepaalde functie, niet te snel te veel afbreken dus. Ook hier telt dat een ‘zuinige’ benadering wonderen doet (oud voegwerk misstaat in het geheel niet naast een nieuwe voeg waar die nodig is. Een oude vervallen schuurtje siert het platteland (zeker in het aangeharkte Nederland), een ouderwetse gaskachel geeft een heel ander soort -en prima en aangename- warmte naast de alomvattende warmte van cv-radiatoren en vloerverwarming (ook handig als er eens iets uitvalt). Een bijkomend voordeel van het handhaven van opstallen is bijvoorbeeld ook dat bouwrechten behouden blijven.
  • Onderdelen van bouwwerken (een schuurmuur bijv.) die nog goede staat zijn kunnen altijd blijven bestaan. Vanuit die positie kan een schuur weer opnieuw opgebouwd worden ipv. het geheel te slopen en te herbouwen of te vervangen. Zo blijft de geest van elk tijdperk van (ver)bouw goed zichtbaar. Dit draagt onherroepelijk bij aan het historisch inzicht en charme van een boerderij, erf en omgeving. Een scheefgezakte buitenmuur met handvormstenen, bijvoorbeeld, valt heus niet om indien deze goed verankerd of gestut wordt maar nodigt wel uit tot een totaal andere beleving dan een kaarsrecht splinternieuw metselwerkje met fabrieksstenen en allemaal rechte stalramen.

Het hoeft dus allemaal niet te netjes worden.

De weg van de geleidelijkheid heerst op het erf. Indien boerderij en erf in een korte beweging van top tot teen vernieuwd en verbouwd worden (met veel goede bedoelingen) ontstaat helaas al te gauw een te afgelikte en oneigenlijke ‘boerderettesfeer’, hoe op zich goed bedoeld en degelijk een dergelijke restauratie ook is uitgevoerd.

  • Bij een restauratie is het van groot belang streekeigen te werk te gaan en bijv. niet lukraak stijlkenmerken en elementen uit diverse regio’s samen te voegen. Uiteraard vereist het enige studie om de bouwkundige streektaal eigen te maken.

Maar al te vaak worden allerlei stijlkenmerken uit diverse delen van het land of zelfs vanuit het buitenland door opdrachtgevers en architecten samengevoegd zodat de eeuwenlange streekeigenheid in een klap is verdwenen.

  • Door veel te praten met de vorige bewoners en buurtbewoners kun je veel interessants te weten komen over het hoe en wat, het waarom en wanneer van de meest uiteenlopende relevante zaken betreffende de boerderij en het erf. Het opbouwen van een goede relatie met de buurt met vaak de gebruikelijke ‘buurtvisites’ is ook daarom erg leuk en ook van belang.

 

Eelco Prent, 2003- 2017

Boerderij van het Jaar

Project De Borchte te Gorssel, Laan van Eschede

www.boerderijverbouwen.nl

 

Zie ook:

Van Gerstlo tot Gorssel

Bouwen aan boerderijen

Boerderijen en veldnamen in Gorssel

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewarenBewarenBewaren

BewarenBewaren