Als boeren plaats maken voor burgers, verandert ook het gebruik van een boerderij. Niet alleen het voorhuis maar ook de deel, de stallen en de schuren komen vrij voor wonen en vaak voor kantoor- of bedrijfsruimte aan huis. Waar ligt dan de grens tussen oorspronkelijke functies en nieuwe woon- en werkwensen.
Ook al wenst de nieuwe bewoner meer woonoppervlak dan hij gewend is, dan nog biedt een boerderij vaak een enorme overmaat aan vierkante meters. Welk deel daarvan gaan we gebruiken en wellicht opnieuw indelen, en wat blijft er ongebruikt. Hoeveel willen we gebruiken om te wonen, te slapen, te koken, te ontspannen of te werken? Waar is het mooiste uitzicht en het beste daglicht, hoe gaan we het erf gebruiken, waar is de toegang en waar gaan we de auto stallen? Wie plotseling zoveel ruimte tot zijn beschikking krijgt, loopt het risico zich te verliezen in enthousiasme. Dan lijkt het alsof je in een andere dimensie stapt. Realistische wensen zullen dan moeten worden afgekaderd. Daarin moet de werkelijke maximale ruimtebehoefte worden afgewogen tegen het beschikbare budget (niet alleen voor een eenmalige investering op de korte termijn maar ook voor de gebruikskosten op de lange termijn).