Als de woonwensen en de aanwezige kwaliteiten van de boerderij zijn geïnventariseerd, kan een eerste ontwerpvoorstel worden gemaakt op basis van een ontwikkelde totaalvisie. Het concept betreft het gehele complex van hoofdgebouw, erf en schuren, tuin, boomgaard en weilanden. Het toepassen van nieuwe bouwtechnieken, materialen en inzichten op het gebied van duurzaam en energiezuinig bouwen gaat samen met de opvatting 'Onderzoek alles en behoudt het goede'.
Zo kunnen authentieke elementen herkenbaar blijven in een nieuwe constructie en kan elke bouwperiode zijn eigen verhaal blijven vertellen. Telkens wordt een nieuw hoofdstuk toegevoegd en zo wordt de ontwikkeling zichtbaar. Voor een energiezuinig en comfortabel gebruik, zullen ongeïsoleerde bouwdelen geïsoleerd moeten worden. Door te kiezen voor een zogeheten doos-in-doos oplossing kan het karakter van het exterieur onaangetast blijven. Door in het nieuwe interieur eigentijdse materialen toe te passen, zoals glas, staal, beton, leemstucwerk, tadelakt en kunststoffen, kunnen smaakvolle contrasten worden gemaakt tussen oud en nieuw. Natuurlijke materialen als baksteen, hout, leem, keramische pannen en riet zijn kenmerkend voor de toepassing aan het exterieur. De materialen komen bij voorkeur uit de directe omgeving of uit de regio. Als het mogelijk is worden aanwezige bouwmaterialen hergebruikt. Installaties maken een wezenlijk onderdeel uit van het ontwerp. Energiezuinige oplossingen passen niet alleen in de visie van Bureau Prent maar zijn vaak ook een noodzaak om de kosten voor klimatiseren van de meestal grote woonvertrekken duurzaam in de hand te houden. Warmteterugwinning en het gebruik van aardwarmte zijn dan in te zetten oplossingen. Maar ook voor de riolering, watervoorziening en elektriciteitopwekking zijn door het bureau budgetvriendelijke oplossingen in te zetten. In het ontwerp worden ook het erf met begroeiingen, de overige opstallen en de eventueel bijbehorende gronden betrokken. In de ontwerpfase wordt door Bureau Prent waar nodig externe adviseurs betrokken, zoals bijvoorbeeld constructeurs, calculatiebureaus, installatieadviseurs en tekenbureaus. Vergunningen van (en overleg met) gemeenten, welstandscommissies en eventueel de Monumentencommissies worden in deze fase aangevraagd. Ook subsidiemogelijkheden worden onderzocht en er wordt geadviseerd bij het aanvragen daarvan.